Passend onderwijs onevenredig zwaar gepakt

Het worden zware jaren; het kabinet Rutte haalt de bezem door Nederland. Er wordt veel afgebroken dat in de afgelopen jaren met veel inspanning en enthousiasme is opgebouwd, vooral in het onderwijs. De komende vier jaar wordt er 18 miljard euro bezuinigd. In eerste instantie is dit een astronomisch bedrag waarvan je gaat duizelen. Als we dit bedrag nader onder de loep nemen, is het echter minder gigantisch. Het bbp (bruto binnenlands product) op jaarbasis bedraagt in Nederland ongeveer 250 miljard. In vier jaar is dat dus 1000 miljard. Een bezuiniging van 1,8 procent: flink maar minder dramatisch dan het in eerste instantie lijkt. Een gezin met een modaal inkomen krijgt geen slapeloze nachten van 1,8 procent minder in het loonzakje. Modaal inkomen is ongeveer 30.000 euro. Dat betekent 1.8 procent x 30.000 = 540 euro. Dat betekent een paar dagen minder op vakantie, een paar schoenen minder, een avondje minder uit, één keer minder naar de bioscoop en één keer minder uiteten. Dat moet te doen zijn en tast de kwaliteit van het leven nauwelijks aan.

Heel anders ligt het bij Passend onderwijs. Het kabinet bezuinigt jaarlijks 300 miljoen euro op Passend onderwijs. In totaal wordt er aan zorg in het PO en VO 3,7 miljard euro uitgegeven. Er wordt echter alleen maar bezuinigd op de zware zorg waaraan jaarlijks 1,1 miljard wordt besteed. Dat betekent een bezuiniging van ruim 27 procent. Dit staat in geen enkele verhouding tot de bezuiniging van 1,8 procent op de hele begroting van de regering.

Ik verbaas me er steeds over dat ik in kranten of op televisie nooit dergelijke cijfers lees of hoor. Ook politici (van de oppositie) maken dit soort eenvoudige berekeningen niet, terwijl daarmee toch duidelijk kan worden aangetoond dat de zwakste kinderen in onze samenleving onevenredig zwaar worden gepakt. Tel daar de hervormingen in de Wajong bij op en het is zonneklaar dat de huidige regering er vooral is voor de burgers die het zonder hulp van de overheid ook wel redden.

De minister heeft geld nodig om prestatiebeloning in te voeren in het onderwijs. Deze prestatiebeloning is omstreden zoals onder meer blijkt uit de discussie die daarover wordt gevoerd door het PO Netwerk op Linkedin. Prestatiebeloning leidt tot onrust in het onderwijs. Die onrust is overigens geen reden om prestatiebeloning niet in te voeren. Het is echter de vraag of scholen en hun leidinggevenden wel toe zijn aan prestatiebeloning. Prestatiebeloning vereist onderwijskundig leiderschap. Leidinggevenden moeten op de hoogte zijn van de kennis en kunde van hun leraren. Ze moeten leraren aanspreken op hun functioneren; ze moeten begeleiden en coachen, pas dan kunnen ze een goed personeelsbeleid voeren, waarin prestatiebeloning een plaats kan hebben.

Het geld haalt de minister weg bij Passend onderwijs. Ik heb al geconstateerd dat het invoeren van prestatiebeloning leidt tot onrust. Met een beetje goede wil zou je deze onrust kunnen benoemen als positief omdat het leidinggevenden uitnodigt een goed personeelsbeleid te voeren. Dat het geld wordt weggehaald bij Passend onderwijs, leidt niet tot onrust maar tot een ravage. De PO-Raad heeft deze ravage op papier gezet. Ik noem een aantal punten:

  • Veel schoolbesturen voeren het zogenaamde werkgelegenheidsbeleid, als gevolg daarvan kunnen ze werknemers niet in RDDF plaatsen en ze moeten deze leraren nog 2 jaar in dienst houden. Deze besturen lopen het risico dat zij werknemers op z’n vroegst per schooljaar 2013-2014 kunnen ontslaan?
  • De premie die schoolbesturen moeten betalen aan het participatiefonds, zal als gevolg van deze ontslagen stijgen. Dus de kosten van het doorvoeren van de bezuinigingen zal ook ettelijke tientallen miljoenen gaan bedragen.
  • De samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs PO zullen gemiddeld € 780.000 minder ontvangen voor het uitvoeren voor bestaande en nieuwe taken.
  • De bezuiniging van 300 miljoen leidt tot een verlies van banen en expertise van 385 miljoen. Ondanks dat op ambulante begeleiding vanuit het speciaal onderwijs 57% wordt bezuinigd, moeten de scholen voor speciaal onderwijs al hun ambulant begeleiders ontslaan, aangezien de resterende 43%  van het budget voor ambulante begeleiding wordt overgeheveld naar de nog op te richten samenwerkingsverbanden passend onderwijs.
  • Uitgaande van de GPL voor de functie LB in het (V)SO van zo’n € 60.000 zullen ongeveer circa 6.400 FTE leerkrachten in het (V)SO moeten worden ontslagen. Bij een gemiddelde betrekkingsomvang van 0,75 WTF komt dit uit op een verlies van 8.500 medewerkers.
  • De laatste twee maanden is er een toename geweest van maar liefst 500 thuiszitters doordat zowel scholen voor speciaal- als regulier onderwijs met het oog op de komende bezuinigingen leerlingen met een beperking niet meer toelaten.
  • De bezuiniging van € 300 miljoen op passend onderwijs is voor het regulier en speciaal onderwijs  een cumulatie van bezuinigingen: bezuinigingen op het budget van bestuur en management (€ 90 miljoen), de bezuiniging op de groeiregeling (€ 46 miljoen), de bevriezing van het budget speciaal onderwijs op het niveau 2008 (oplopend tot meer dan 100 miljoen). In dit kader moet ook in ogenschouw worden genomen de ontoereikende bekostiging van de materiële instandhouding (ongeveer € 200 miljoen), de ‘sluipende’ bezuiniging als gevolg van personele lasten die harder stijgen dan de personele bekostiging, de ophanden zijnde bezuiniging op de onderwijsachterstanden (€ 50 miljoen), dalende inkomsten als gevolg van de forse krimp, gemeentelijke bezuinigingen, bezuinigingen op jeugdzorg die de problematiek in de klas verzwaren, miljoenenbezuinigingen op incidentele subsidies. Deze opeenstapeling van bezuinigingen brengt de kwaliteit van het onderwijs en de continuïteit van de schoolorganisaties in gevaar. Schoolbesturen moeten overgaan tot drastische maatregelen als ontslag, grotere klassen, minder begeleiding, langer wachten met vervanging van lesmateriaal, etc.

Goedkoop zal duurkoop blijken te zijn. De huidige besparingen zullen als een boemerang in de vorm van veel hogere kosten bij de minister terugkomen. Ik voorzie een toename van schooluitval, een enorm verlies van expertise en hogere kosten voor jeugdzorg, uitkeringen en gezondheidszorg. Als dit kabinet over vier jaar terugtreedt, zal er door het volgende kabinet gerepareerd moeten worden. Ik ben ervan overtuigd dat de kosten voor deze reparatie veel hoger zijn dan € 300 miljoen. Maar dan is deze minister alweer vertrokken.

Peter Hamers

VOOR EEN COMPLETE LIJST
kunt u graven in de archieven
LIJST MET OPDRACHTGEVERS

Klik hier

SPREEKT DEZE SITE U AAN?

neem contact op!