Passend onderwijs in Lunteren

Ik was woensdag 23 maart in Lunteren bij Tien jaar leren in Lunteren. De hele woensdag was gewijd aan Passend onderwijs. Vooral de workshops die ik heb gevolgd, waren interessant! Hier het verslag dat ook te vinden is op www.schoolaanzet.nl.

Tien jaar leren in Lunteren

Passend onderwijs, 23 maart 2011 in Lunteren

Na een welkomstwoord door Roel Weener, algemeen projectleider van Projectbureau Kwaliteit, houdt Henk Keesenberg, landelijke coördinator Passend onderwijs, een inleiding. Zijn inleiding gaat over besturen in samenwerkingsverbanden op weg naar augustus 2012. Minister Van Bijsterveldt bezuinigt 300 miljoen op Passend onderwijs. Vooral de ambulante begeleiding wordt behoorlijk getroffen door deze bezuiniging. De dreun komt hard aan; in feite wordt de bezuiniging van 300 miljoen verdeeld over 300 scholen. Op het gebied van wetgeving heeft de minister niet veel nieuws te bieden. In kort tijd, zegt Keesenberg, moet er een landelijk dekkend netwerk van nieuwe samenwerkingsverbanden komen. Deze samenwerkingsverbanden moeten aansluiten bij het VO.
Keesenberg roept twee bestuurders van de PO-Raad op het podium om ze een paar vragen te stellen over de bezuinigingen van de minister: René van Harten en Wim Ludeke. Volgens Ludeke begonnen PO en SO elkaar weer te vinden. Passend onderwijs brengt bij elkaar, maakt verbinding. De kennis van AB’ers kan leerlingen binnen de school houden in hun natuurlijke omgeving. Op AB’ers wordt 57% gekort, maar er is niets afgesproken over de overgebleven 43%. Ludeke doet de aanbeving aan het PO om in gesprek te blijven met het SO. Het is belangrijk elkaar te ontmoeten; PO en SO hebben een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.
Van Harten vindt dat het een roerige tijd is voor zijn achterban. Er worden tachtig regionale bijeenkomsten georganiseerd waarin wordt uitgelegd wat er met Passend onderwijs aan de hand is. Het voordeel van die bijeenkomsten is dat er een verbinding wordt gemaakt: PO en SO wisten te weinig van elkaar. De PO-Raad wil graag in gesprek met het SO onder andere over de regiovorming. PO en VO zijn het eens over de doelstellingen van Passend onderwijs: de ingreep van de minister maakt het wel moeilijk Passend onderwijs te realiseren.
Ludeke roept op tot burgerlijke ongehoorzaamheid, maar spreekt tegelijkertijd uit dat zoiets niet past bij het onderwijs. Deze bezuiniging is de druppel: laat merken aan de pers en aan iedereen die het horen wil, dat de bezuiniging waanzin is. Als scholen een week zouden sluiten, is het pleit snel gewonnen, maar het onderwijs zal dat niet doen. Laat echter merken dat het zo niet kan en dat het genoeg is.

Presentatie van Liliane Poppenhuis
Dit poppenhuis gemaakt van duurzame materialen, kan een rol spelen bij de therapie, het diagnosticeren en de behandeling van kinderen die het slachtoffer zijn van (huiselijk) geweld. Een anonieme weldoenster schenkt het poppenhuis aan alle samenwerkingsverbanden. Dit is een schenking van in totaal 400.000 euro.

Workshop: Passend onderwijs voor elke leerling, Beleidsvisie 2011
Bob Ravelli & Wiel Botterweck (beide senior adviseur bij AVS).
Het PO bevindt zich in een turbulent krachtenveld en de invloed van gemeente en overheid zijn enorm, maar het hart van het systeem wordt nog steeds gevormd door de leerkracht en de leerling met daar direct omheen de ouders en het schoolhoofd. Om een passend perspectief te kiezen en te creëren moeten mensen elkaar opzoeken en samenwerken. Betrokkenheid is het draagvlak voor Passend onderwijs. Ravelli en Botterweck onderscheiden drie scenario’s als het gaat om Passend onderwijs:
- Pragmatische insteek vanuit de individuele belangen van besturen en instellingen.
- Schade van verandering en bezuiniging zoveel mogelijk beperken en de pijn eerlijk verdelen.
- Insteek op de vraag wat echt nodig is in de toekomst en werken vanuit een gedeelde visie naar oplossingen voor de toekomst binnen de nieuwe financiële kaders. Dat levert hoogstaand kwalitatief onderwijs op. Wat moet je daarvoor doen en laten?
Ravelli en Botterweck kunnen zich voorstellen dat bestuurders slapeloze nachten hebben van alle mensen die ze moeten ontslaan. Het grootste probleem is de snelheid waarmee de hervormingen moeten worden doorgevoerd. Een aanwezige coördinator van een samenwerkingsverband merkt op dat leerkrachten in het reguliere basisonderwijs geen idee hebben over wat hen boven het hoofd hangt. Ze denken dat het alleen gaat over het SBO en het SO. Een aanwezige bestuurder voegt daaraan toe dat het onderwijs in Nederland een grote bobo-cultuur is waar informatie en kennis maar moeizaam naar de basis daalt. De meeste leraren weten niet waar het over gaat. Dat gold ook voor mij jaren geleden toen ik nog leraar was en WSNS begon. Het is belangrijk bijeenkomsten te organiseren met de basis en samen zorgplannen en –profielen ontwikkelen. We moeten het gesprek met elkaar aangaan.

Workshop: Wie is de baas in het (nieuwe) samenwerkingsverband?
Harry Nijkamp
De workshop gaat over de bestuurlijke kant van Passend onderwijs. Er komen straks ongeveer 80 SWV’en. De SWV’en worden uitgebreid met cluster 3 en 4. Het takenpakket bestaat uit WSNS, plaatsing van cluster 3 en 4 en ambulante begeleiding. Het geld gaat naar het SWV. Duidelijk is dat SWV’en belangrijker worden en meer macht krijgen: meer zorgmiddelen, meer verantwoordelijkheid, meer keuzevrijheid, meer belangen en meer beslissingen. De inspectie zal straks ook toezicht houden bij SWV’en. Daarom is de bestuurlijke verantwoordelijk van SWV’en noodzakelijk. Wie is verantwoordelijk voor wat? Wat is de rol van de schoolbesturen en wat is de rol van het SWV? Volgens de Wet Goed Bestuur moeten schoolbesturen en REC’s per 1 augustus 2011 bestuur en toezicht scheiden. Dat zullen SWV’en straks ook moeten. Belangrijke vraag is: wie is bestuurder en wie is toezichthouder? De verantwoordelijkheid van het SWV is toezien op passend onderwijs voor ieder kind! De schoolbesturen zijn eigenaar van het SWV. Zij moeten de doelen formuleren en aangeven wat passend is. De uitvoering is aan professionals. De directeur van het SWV zal de grenzen van zijn bevoegdheden moeten respecteren. Hij moet objectief toewijzen, maar legt verantwoording af aan het bestuur over het hanteren van grenzen. Policy Governance legt de handelingsruimte van de directeur vast ten aanzien van personeelsbeleid, financieel beleid en onderwijsbeleid. Voor welk bestuursmodel uiteindelijk wordt gekozen, maakt niet zo veel uit; het gaat om de taak van het bestuur. Het is bijvoorbeeld mogelijk te kiezen voor een Raad van Bestuur die toezicht houdt op een directeur/bestuurder. In zo’n geval heeft de directeur veel macht, want de Raad van Toezicht legt alleen de handelingsgrenzen van de directeur vast en mag verder alleen toezicht houden.

Coördinatorennetwerk PO
In de aula van De Werelt waar het congres plaatsvindt, heeft het coördinatorennetwerk PO een stand. Achter de stand staan Luuk van Aalst en Dick Rasenberg. Het netwerk bestaat pas drieënhalf jaar en is de opvolger van het platform van coördinatoren WSNS-samenwerkingsverbanden. Het netwerk beoogt passend verbinden. Volgens Van Aalst en Rasenberg gaat het bij het netwerk om de inhoud op het continuüm van onderwijs en zorg. Het netwerk wil Passend onderwijs in de school brengen via directeuren, IB’ers en gemeenten. Er zijn nu 220 SWV’en en die moeten worden teruggebracht naar ongeveer tachtig. De bezuinigingen zijn slecht getimed, zeggen Van Aalst en Rasenberg, maar tegen Passend onderwijs zeggen zij volmondig ‘Ja’. Het is een probleem dat de ambulante diensten zijn gegroeid als kool. Veel van de AB’ers zijn gewoon leerkracht en in dienst van scholen. Bij de bezuinigingen vliegen straks eerst de jonge leerkrachten eruit en moeten de AB’ers weer voor de klas. Dat baart Van Aalst en Rasenberg zorgen. Bovendien krijgt de reguliere leraar steeds meer voor zijn of haar kiezen. De groepen worden steeds groter en straks komen er meer kinderen met een beperking in de klas. Per 1 augustus 2012 zullen er vanwege de fusies veel minder coördinatoren zijn, maar Van Aalst en Rasenberg denken niet dat de coördinatoren die geen directeur van een nieuw SWV worden, op straat komen te staan. Er komen andere taken voor deze coördinatoren: de ontwikkelingen van onderop moeten behouden blijven. Daar zijn coördinatorachtige mensen voor nodig. Het zal zoeken worden naar nieuwe vormen en niet iedereen zal daar inpassen. Ondanks de bezuinigingen vinden Van Aalst en Rasenberg dat er niet gesomberd moet worden maar dat het onderwijs moet blijven kijken naar kansen. Op 8 april is er een bijeenkomst van de 220 coördinatoren in Den Bosch.

Workshop: Samen kunnen we meer met minder
Samenwerking WSNS en SO voor Passend onderwijs, met rol zorgteam en ZAT
Bart van Kessel en Gerard Bouma
Het speelveld van de samenwerking is Passend onderwijs, zorg in en om de school (zios) (zorgteam en ZAT) en de toekomst van Jeugdzorg (CJG’en) De gemeente heeft de regierol. Het is goed om verwachtingen ten opzichte van elkaar uit te spreken, zeker voor het PO en VO. Straks zitten ze samen aan tafel. Niemand kan het alleen, dus met zijn allen samenwerken. Het gaat erom de jongere te versterken, de naaste omgeving van de jongere en dus ook het onderwijs. De nadruk ligt op signalering en preventie. Iedereen is gewend om in schotjes te deken: PO, VO, zorgteam, ZAT, gemeente, etc. Passend onderwijs maakt een einde aan de idioterie van de schotjes. Het is goed dat de zorgplicht er komt. De essentie van Passend onderwijs is dat de nieuwe SWV’en jongeren handelingsgericht toeleiden naar een passende plek. Zorg in en om de school is een onderdeel van Passend onderwijs. Schoolbesturen moeten aansluiten bij gemeenten en ZAT (verbonden met CJG) voor een multidisciplinaire toeleiding naar onderwijsarrangementen in SBO en SO. Aan deze multidisciplinaire tafel moet ook Jeugdzorg aanschuiven zodat alle lagen eruit worden gehaald. Dat voorkomt bureaucratie en wachttijden en –lijsten. Op deze manier is het mogelijk: Samen meer met minder!

Na afloop
Een onderwijskundig beleidsmedewerker van het bestuur: ‘Passend onderwijs zit in mijn portefeuille. Ik kom naar Lunteren om wijzer te worden en om gelijkgestemden te ontmoeten. De deskundigen kunnen mij voeden zodat ik onze directeuren kan voeden. De workshop over Policy Governance vond ik interessant. Hoe gaat ons nieuwe SWV dat straks aanpakken? Ik heb veel vragen en krijg soms antwoorden en handvatten aangereikt. Verder is het prettig dat ik na zo’n dag het idee heb dat wij het zo slecht nog niet doen. De kracht van dit congres zit in de voorbeelden uit andere regio’s; die werken inspirerend en bevestigend. Passend onderwijs is een complex verhaal; dat voelt soms eenzaam, daarom is het fijn anderen te ontmoeten die met hetzelfde bezig zijn.’
Een opleider/trainer: ‘Ik kom hier om te weten wat er speelt in de praktijk. Waar willen mensen op de werkvloer meer van weten? De informatie die ik naar huis meeneem, ga ik bespreken met mijn collega’s. Vervolgens kijken we hoe we daarop in kunnen spelen als opleidingsbureau. Ook vind ik het inspirerend om praktijkverhalen te horen en leuk om mensen te ontmoeten en om te netwerken.’

VOOR EEN COMPLETE LIJST
kunt u graven in de archieven
LIJST MET OPDRACHTGEVERS

Klik hier

SPREEKT DEZE SITE U AAN?

neem contact op!